Ons landschap


Noordoost Twente ligt ten noordoosten van de Twentse stedenband. Het landschap is uniek vanwege het groene kleinschalige karakter en de historische landschapselementen. Het gebied wordt doorsneden door een prachtig beekdal van de rivier de Dinkel. Verspreid over Noordoost Twente zijn er verschillende bossen en heidevelden.



Op de hogere delen van Noordoost Twente bevinden zich akkerbouwgebieden van het oude landschap: de essen en kampen uit de Middeleeuwen. De jonge ontginningen uit de 19e en 20e eeuw laten het landschap uit een latere tijd zien.

Ontstaan van het landschap

De hoge stuwwallen van Ootmarsum en Oldenzaal zijn ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd (tussen 300.000 en 150.00 jaar geleden) en geven het landschap een glooiend karakter. Het afwisselende landschap is gevormd door de bijzondere samenstelling van de bodem, maar ook door het cultuurhistorisch gebruik. De lange bewoningsgeschiedenis is af lezen aan bijvoorbeeld de historische boerderijen, landgoederen, landhuizen, watermolens, grafheuvels, Mariakapelletjes en beschermde stads- en dorpsgezichten.

De houtwallen, singels en bomenrijen zijn ooit door boeren en grondeigenaren aangelegd en dragen in belangrijke mate bij aan de identiteit en harmonie van het landschap. Samen met de bossen, geven ze Noordoost Twente een kleinschalig en groen karakter. Daarmee hebben de kleine gemengde boerenbedrijven lang geleden de basis gelegd voor het huidige coulisselandschap.

De functie van houtwallen vroeger

Het landschap dat onze voorouders door noeste arbeid hebben gevormd, onderhouden en gekoesterd, heeft een rol gespeeld in de strijd van de Twentenaar om te leven en te overleven. De voedzame bodem op de essen en kampen leent zich voor akkerbouw, de laaggelegen nattere gronden voor veeteelt. De houtwallen zorgden vroeger voor beschutting van de akkers tegen de wind en als raster om het vee tegen te houden. Het hout uit de houtwal werd gebruikt voor de bouw, gereedschap en als brandstof om de woningen te verwarmen. De beken leverden waterkracht voor de watermolens en spoelwater voor de textielindustrie.

De functie van houtwallen nu
De tijden en het gebruik van gronden veranderen. Nieuwe technieken, de opkomst van kunstmest en schaalvergroting hebben invloed op het landschap en de kwaliteit van de natuur. De zorg bestaat dat deze ontwikkelingen ten koste gaan van de biodiversiteit en duurzaam beheer van houtwallen. En dat terwijl we kansen zien, waarbij een houtwal kan bijdragen aan de maatschappelijke opgaven van nu. Met duurzaam beheer van de houtstructuren in het landschap willen we de natuur en het unieke coulisselandschap behouden en versterken. Dat is goed voor de belevingswaarde van het landschap, maar ook voor ons leefklimaat.

De houtwallen zijn een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Ze zorgen voor beschutting voor wild en (broedende) vogels. Bovendien vormen ze een netwerk van verbindingswegen tussen natuurgebieden. Een houtwal met een grote variatie van inheemse bomen, struiken en kruiden, verbetert de biodiversiteit en beschermt ons tegen soorten, zoals de eikenprocessierups. Ook dragen de houtwallen bij aan een klimaatbestendig landschap.

Begroeiing langs beken en andere watergangen dragen bij aan een betere waterkwaliteit. Door de schaduwwerking is het water koeler, groeien er minder planten die schadelijk zijn voor bijzondere soorten en is er meer zuurstof in het water.